Eerste baan

Bij mijn sollicitatie in 1972, ik was toen nog 15 jaar oud, maakte ik kennis met zuster Walburgia: de directrice van het katholieke Nolet Ziekenhuis in Schiedam, dat was de eerste keer dat ik een non zag. Zuster Beijersbergen mijn hoofdzuster; grappig dat ik deze namen nooit ben vergeten, was geen non.
Nadat ik drie weken had gewerkt op de afdelingskeuken van de afdeling Interne werd ik in het zelfde ziekenhuis opgenomen, mijn appendix werd toen verwijderd. Na een aantal weken herstel ging ik weer terug naar het werk en daar werd ik opgevangen door weer zuster Walburgia en we stapten samen in de lift en ik had geen flauw idee.

We gingen naar boven, naar De afdeling neurologie en psychiatrie:nonnen nolet ZH

Het zweet brak me uit… want op 3B, daar waren gekken, was mij al snel verteld in die drie weken dat ik op de interne afdeling in de keuken was ingewerkt. Gekken wat zijn dat? wie zijn dat? daar te moeten werken! Angst maakte zich van mij meester, ik voel nog steeds mijn natte handen, ook bij het schrijven van dit stukje. “Als je daar op 3B moest werken, dan was er ook iets mis met je….” dat was mij verteld.
Anders herkende je de patiënten niet of zo?

Maar wat was en/of is er dan toch mis met me?

Geen tijd om na te denken. Hup aan het werk, hard- en lang werken 9,5 uur per dag voor een luttel bedrag. En ik vond het zwaar en wel leuk. Ik voelde me gewaardeerd! Mijn salaris ontving ik in een heel klein bruinzakje in de kelder, een loket, van het ZH. Een klein zakje met een hele lange, smalle wittestrook waarop handgeschreven stond, het hoe en wat van mijn salaris opbouw. Zo jammer dat ik dat niet meer heb (of kan vinden) historisch! Ik hoefde geen kostgeld te betalen: “ga maar sparen en koop je eigen kleding.” Dat was niet tegen dovenmans oren gezegd en mijn eerste leren jas kocht ik aan het eind van dat werkjaar en droeg hem met trots naar mijn sollicitatie in Leiden. (later gestolen in Hifi in Leiden) nolet zh

In mijn eerste werkjaar in het Nolet Ziekenhuis werd mijn doorzettingsvermogen zeker ontwikkeld. Ook dat als je iets beloofd aan een patiënt, je dat ook moet doen! Sorry zeggen, kan ook. Uitleggen. Aandacht geven; Je zal er zelf maar liggen ….

Logisch dat ik heel wat mee maakte, ik zag en hoorde heel bijzondere dingen;
De zoon die zijn vader met een hakbijl de schedel had ingeslagen en totaal in de war vastgebonden lag in een aparte ruimte.
Jonge meisjes die vastgebonden lagen en niet wilde eten en waar het eten met geweld naar binnen werd gestopt.

Heel vaak was ik tijdens mijn werk daar verdrietig over, maar niemand huilde van de collega’s. Mijn verdriet en wat ik mee maakte vertelde ik wel thuis. Als je er niet tegen kan; Stop je er maar mee.
Dat verdriet kreeg een plek. Heel ver weg stoppen. Ik werkte toen in de afdelingskeuken er volgde meer.

Op mijn zeventiende vertrok ik richting Leiden. 17 jr.1 mnd. en ging Intern wonen en de opleiding tot ziekenverzorgster volgen en leerde daar het zorgen voor. Uiteindelijk met een diploma psychiatrisch verpleegkundige op zak (1983) werkte ik op vele leuke plekken en ontmoette ik prachtige patiënten.

Wat een mooie mensen met veel verdriet en angsten. Afhankelijkheid: al kende ik dat woord toen nog niet.

Stel, je bent het zelf of je vader of moeder of vriend of vriendin of buurman.. die is opgenomen?

Bedenk dat je altijd een mens tegenkomt die uit balans is. Die mens verzorg jij, waar jij je kunde aan kan overdragen.
Jouw zorg! Doen!

Ook heb ik nog steeds contact met collega’s/vrienden uit die tijd.  Wat een mooi vak!!! wat een mooie mensen.

4 comments

  1. Mooi stukje persoonlijke geschiedenis. Het haalt bij mij ook geschiedenis naar boven. Als Schiedamse :-) Het Nolet of het gemeente, daar ging je naar toe. Van mijn amandelen ben ik nog wat kwijtgeraakt in het Nolet, een paar jaar voor dat jij er was.
    In het gemeente ziekenhuis had je de 7e verdieping. Rond mijn 15e lag daar iemand een wat langere tijd en als bezoeker kreeg ik wel wat mee. De kamers voor in de gang een soort isoleercellen, spraken tot mijn verbeelding. Al vond ik het niet erg dat ik daar verder nooit iets mee van doen had. De mevrouw met godsdienstwaanzin die de hele dag psalmen zong en verder iedereen vervloekte. De meneer, die overal van alles en nog wat zag en volgens mijn vriend ‘s nachts vaak al zijn spullen in een laken pakte en riep: ‘ze komen er aan, weg wezen allemaal’ , waarna hij met ongetwijfeld een kalmerende spuit, weer in bed gestopt werd.
    Mooi, dat je deze mensen een tijd hebt kunnen verzorgen. Ze zijn inderdaad uit balans en vallen uit de toon, maar het zijn en blijven onze medemensen.

  2. Wat een mooi verhaal/ levenservaring. Zelf in balans blijven is wel en vereiste, maar inderdaad wat is “gek”n wie bepaald wie dat is en wie niet. Persoonlijk vind ik mensen op straat/werk vaak een stuk gekker dan die mensen die onderkennen dat ze uit balans zijn en daar hulp voor vragen. Maar ja ik en misschien wel een beetje gek…

    1. Dank je voor je reactie Ella, Ja die mensen die je op straat tegenkomt of op je werk zijn soms ook onderweg naar zorg en balans..
      Gek? Wie bepaalt dat? zolang je nog geen gevaar voor jezelf en je omgeving bent.. kan er veel.
      Big Hug!

Geef een reactie